Onderwijsprogramma

 

Onderbouw
 

Leerjaar 1 en 2 vormen samen de Basisvorming. De leerlingen hebben in principe aan het einde van het 2e leerjaar de Basisvorming afgerond.

 

Bovenbouw

 

In leerjaar 3 volgt de leerling het VMBO-T of het VMBO-T+programma.

In leerjaar 4 wordt dit schooljaar (2009-2010) examen gedaan op VMBO-K of VMBO-T-niveau.
Vanaf 2010 (schooljaar 2010-2011) wordt alléén nog examen afgelegd op VMBO-T-niveau.

Het Intra sectoraal Programma (ISP) wordt dit jaar voor het laatst afgenomen in klas 4 (Kaderberoepsgerichte leerweg) voor Handel en Administratie (H&A).

  

De effectiviteit van het onderwijs en de begeleiding; ofwel ‘helpt de hulp?’

 

De effectiviteit van het onderwijs wordt zichtbaar op 3 gebieden binnen de school, te weten de organisatie, de klas/groep en de individuele leerling.

De kleinschaligheid van de school is zeer bevorderlijk voor het kwalitatief goed uitvoeren van onderwijs en extra begeleiding.

In het oog springende kenmerken daarbij zijn:

 

1.  De schoolorganisatie

·         Interne en externe communicatie verloopt langs korte lijnen. Teams, zorgteam, vaksecties en de verschillende werkgroepen zijn klein van omvang, dus eenvoudig en regelmatig beschikbaar voor overleg;

·         Door het beperkte aantal leerlingen dat door een mentor begeleidt wordt, kan de communicatie tussen de mentor en de ouders intensiever zijn;

·         Consequente, snelle en adequate afhandeling van de dagelijkse te laat komers, spijbelaars, uitgestuurde leerlingen, conflicten, enz. Registratie vindt plaats in het leerlingvolgsysteem van @VO;

·         Functionele, strakke surveillance en controle in en om de school.

 

2.  De groep/klas

·         In klas 1 worden alle leerlingen in de eerste 6 weken van elk nieuw schooljaar geobserveerd en (aanvullend) onderzocht/getest door leden van het zorgteam. In klas 2, 3 en 4 geldt dit voor de nieuw ingestroomde leerlingen. Dit ter voorbereiding of bijstelling van de groeps- en individuele handelingsplannen. Indien het wenselijk/nodig is dat een leerling van klas wisselt kan dat in deze periode worden gerealiseerd;

·         Het zorgteam vergadert, op basis van een vastgesteld schema, zeer regelmatig over de voortgang van de individuele leerlingen. (Tussentijdse) evaluatie van de handelingsplannen geschiedt 3x per jaar;

·         De mentor voert, naast de (ortho)pedagogische regie, ook de administratie over zijn klas. Hij verzamelt alle informatie m.b.t. de leerling: punten, handelingsplan(nen), voorzieningenpasjes, brieven, gele kaarten, gespreksverslagen en memo’s. Hij staat daarbij in nauw contact met de schoolleiding;

·         In het klassenboek zijn de vaste plattegronden, klassenregels en/of groepshandelingsplannen en voorzieningenpasjes opgenomen.

 

3.  De individuele leerling

·         Begeleiding door de mentor, vakleerkrachten en zorgteam gebeurt op basis van een gecoördineerde en in overleg vastgestelde (ortho)pedagogische en (ortho)didactische strategie, beschreven in een handelingsplan;

·         Het individuele handelingsplan bevat het doel, de inhoud en de werkwijze van de geplande (extra) begeleiding;

·         Toetsing van de leerstof vindt zeer gevarieerd plaats. Waar mogelijk en wenselijk uitgaand van en rekening houdend met de hulpvraag van de leerling.

   

 

Uitgangspunt hierbij is het door de school ontwikkelde dyslexiebeleid waarvan de praktische uitvoering is vastgelegd in het protocol dyslexie. Op onze school, met uitsluitend zorgleerlingen is dit protocol op alle leerlingen van toepassing die een door een deskundige vastgestelde hulpvraag hebben. Niet alleen leerlingen met dyslexie, maar ook leerlingen met ADHD, PDD-NOS, dyscalculie enz. kunnen gebruik maken van de in het protocol beschreven voorzieningen.

Leerlingen die recht hebben op één of meer extra voorzieningen krijgen een voorzieningenpas. Onder de aangeboden extra voorzieningen vallen: auditieve ondersteuning bij proefwerken, mondeling herkansen van proefwerken, gebruik van laptop en/of andere computerondersteuning, gebruik van vergroot schrift e.d.

 

Voortgang en doorstroom

 

Voor klas 1 t/m 3 is er vier keer per schooljaar een rapportvergadering. Voor de vierde klas is dit drie keer, na de schoolexamens. Volgend op deze vergaderingen krijgen de leerlingen hun cijferrapport.

Aan het eind van het schooljaar wordt bekeken of een leerling naar het volgend leerjaar kan overgaan. Dit gebeurt in de overgangsvergadering. Bij deze beslissing wordt gekeken naar:

1.  alle behaalde cijfers;

2.  de behaalde beoordelingskenmerken;

3.  vakkenpakket (bij de overgang van klas 3 naar 4).

De vergadering gebruikt de overgangsnormen die elk schooljaar worden vastgesteld.

Niet alleen de cijfers bepalen of een leerling overgaat. Er wordt rekening gehouden met individuele situaties, vorderingen m.b.t. het individuele handelingsplan (indien van toepassing) en de discrepantie die er kan zijn tussen mogelijkheden en succes. Plaatsing voor de derde maal in hetzelfde leerjaar is niet mogelijk; er zal dan naar alternatieven moeten worden gezocht.

 

In de rapportvergadering wordt elke leerling besproken en wordt er in het bijzonder gekeken naar de prestaties en de vaardigheden. Bij elk rapport wordt door de mentor en het docententeam dat les geeft aan een klas aan de hand van een aantal criteria de vraag beantwoordt of een leerling (nog) op het goede niveau zit. Wanneer dit niet het geval is wordt dit schriftelijk aan de ouders/verzorgers meegedeeld en wordt er besproken wat de beste oplossing voor de ontstane situatie is.

  Recente activiteiten 
   
  Diploma uitreiking
 
   
   
  Galafeest
 
   
   
  Londenreis 2009
 
   
   
  Schaatsen op Flevonice
 
   
   
  Deze week 
 
maandag 6 september
• Start nieuwe schooljaar.
• 10.00 uur: Roosters ophalen voor klas 2 t/m 4.
dinsdag 7 september
• Introductie klas 1 van 9.30 - 14.00 uur.
 
   
 Sint Jorisschool   Heijendaalseweg  45   6524 SE   Nijmegen   T:024-3235175   F:024-3240355   E:info@stjorisschool.nl