Praten voor de klas: speelse manieren om kinderen soepel te leren spreken
Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar elke keer als ik een kind zie dat met rode wangen een klein spreekbeurtje probeert te houden, denk ik : “O ja… zo voelde het vroeger ook.” Praten voor een groep blijft spannend. En toch, het hoort zó bij school, bij het leven zelfs. Dus waarom zouden we het niet leuk maken ? Echt leuk. Met spel, beweging, kleine uitdagingen waar kinderen stiekem zin in krijgen.
Franchement, toen ik laatst wat tips zocht, kwam ik opnieuw terecht op https://www.ecoledesjeunesorateurs.com, en dat zette me aan het denken : hoe kunnen we dit in onze eigen klassen toepassen, zonder alles op z’n kop te gooien ? Misschien herken jij dat ook : je zoekt iets concreets, iets dat morgen al kan.
Waarom speels oefenen zoveel beter werkt
Kinderen leren sneller als ze niet doorhebben dat ze “aan het leren” zijn. Simpel, toch ? Geef ze een opdracht die lijkt op een mini-missie, en hop – ze praten losser, spontaner. Ik zag het vorige week nog in groep 5: zodra ik een simpel dobbelsteen-spelletje introduceerde waarbij elk nummer een andere spreekkracht betekende (volume, tempo, emotie, enz.), begonnen zelfs de stilste kids te gniffelen en mee te doen.
1. De “30-seconden babbel”
Dit is mijn persoonlijke favoriet. Je zet een timer op 30 seconden – of 20, als je een groep hebt die snel zenuwachtig wordt – en kinderen moeten praten over een mini-onderwerp. Iets grappigs werkt het best : “Wat zou je doen als je een dag onzichtbaar was ?” of “Vertel over de vreemdste sandwich die je ooit hebt gegeten.”
Het mooie ? De tijdsdruk werkt bevrijdend. Gek genoeg durven ze meer omdat het zó kort is.
2. Het doorfluister-verhaal 2.0
Ken je het klassieke fluisterspel ? Hier maak je er een variant op : het eerste kind fluistert een zin, het tweede moet die zin hardop vertellen alsof het een minipresentatie is – mét gebaren. Daarna verzint het een eigen vervolgzin en fluistert die verder. Ik zag kinderen zo hard lachen dat ze bijna van hun stoel gleden. Maar ondertussen oefenen ze articulatie, houding en improvisatie.
3. Microfoon van karton (werkt écht !)
Klinkt misschien knullig, maar geloof me : geef een kind een zelfgemaakte “microfoon” van wc-rol en aluminiumfolie en plots zijn ze kleine presentatoren. De microfoon geeft een soort veilig houvast. Een jongen uit groep 4 zei ooit : “Met deze durf ik ineens wél.” En eerlijk… ik snap hem.
4. Het “vraag maar raak”-rondje
Wil je dat kinderen spontaner leren reageren ? Laat de klas om de beurt een simpele vraag stellen aan één leerling die vooraan staat. Van “Wat is je lievelingsplek op school ?” tot “Wat zou je graag willen uitvinden ?”
Het verrassingseffect zorgt ervoor dat kinderen leren ademen, denken, praten – alles tegelijk. Ja, dat klinkt uitdagend, maar ze groeien er zó snel in.
5. Spreekkaarten met gekke uitdagingen
Maak een stapeltje kaarten met opdrachten zoals :
“Leg uit hoe je tanden moet poetsen alsof je een sportcommentator bent.”
“Vertel wat je vandaag hebt gegeten, maar doe het super langzaam.”
“Introduceer jezelf alsof je een bekende YouTuber bent.”
Het voelt bijna als toneel, en misschien is dat precies waarom het werkt : ze vergeten dat het ‘spreekvaardigheidstraining’ is.
En dan… hoe hou je het veilig ?
Want laten we eerlijk zijn : sommige kinderen krimpen al in elkaar als ze nog maar dénken aan praten voor de klas. Dus ja, veiligheid eerst. Bouw het langzaam op. Laat ze eerst in duo’s oefenen, of zelfs voor een knuffel – letterlijk. Het is zo’n kleine stap maar zo’n groot verschil in hun gezichtjes.
En stel jezelf ook even deze vraag : hoeveel druk leg ik onbewust op ze ? Soms gaan we te snel, eisen we te grote sprongen. Kinderen voelen dat meteen.
Wat levert dit allemaal op ?
Meer dan je denkt. Zelfvertrouwen, zeker. Maar ook taalplezier, articulatie, creativiteit, zelfs sociale vaardigheden. Ik merk het vooral tijdens kringgesprekken : kinderen die vroeger fluisterden, steken nu hun hand op met een soort trotse glimlach. En dan denk ik : “Yes, daar doe ik het voor.”
Zin om morgen al te beginnen ?
Kies gewoon één spelletje uit deze lijst en probeer het. Je hoeft heus niet meteen een compleet programma te bedenken. Als een kind vandaag één zinnetje zegt dat het gisteren niet durfde, is dat toch al winst ?
En jij, welk spelletje denk je als eerste uit te proberen ? Ik ben benieuwd – echt.


